zondag 11 november 2012

Langs de lijn

Laatst stond ik weer langs de lijn.
Te roepen.
Sam aan te moedigen.
Met 'Nú!' probeer ik het moment van schieten aan te geven.
Ik roep van alles.
En hárd.

Een moeder naast me is voorzichtiger.
Haar zoon vindt het vréselijk als hij zijn moeder hoort.
Ze zou geen verstand van voetbal hebben.
Eigenlijk net als ik.

Mijn verhaaltjes raken op.
Ik moet weer nieuwe tegenkomen.
In mijn tweede, nieuwe leven.
Wat is er mooier over je kind te schrijven?

Naarstig zocht ik naar de ultieme uitroep langs de lijn.
En besprak dat met de betreffende moeder.
Het zat er allemaal nét naast.
"Spélen"
"Dek je man"
"Breed staan"
"Schop m erín!"

En de vertwijfeling:
"Wat doe je nou?"
"Kom op Baarn"
"Het kan nog!"
"Aanvallen"

Aan het eind van de wedstrijd was er prachtig spel.
'We' verloren toch, helaas.
Toen liep de lijnrechter langs en zei over de laatste actie:
"Zó moet het!"
Ik ben de beste uitroep tegen gekomen.
Deze kan geen kind zijn moeder kwalijk nemen!

donderdag 8 november 2012

Blootshoofds

Sinds kort loop ik rond met 'bloot' hoofd.
Eigen haar.
Geen doekjes of pruik meer.
Koud buiten zo'n hoofd dus ik heb een muts aangeschaft.
Een knalroze.
Ik ben nu goed herkenbaar.
Zelfs in het donker.
Men heeft veel commentaar op m'n haar.
Maar omdat ik graag in de belangstelling sta,
vind ik het allemaal leuk.
Maar ook: hoe langer mijn haar beoordeeld wordt,
hoe verder weg is de ellendige treinreis.
In de gang op school werd ik door een kleuter staande gehouden.
Ze keek naar me op en vroeg verlegen maar nieuwsgierig:
"Wat is er met jouw haar?"
Die stoere rattenkop wordt vooral door allochtone kinderen
als
vreemd ervaren?
of onvrouwelijk?
of zien ze me liever met doekjes?
want dat is herkenbaar.
Tóen werd er gevraagd waaróm ik doekjes droeg.
Soms antwoordde ik plagerig:
" uit religieuze overwegingen".
Dan stuitte ik op onbegrip
en kreeg ik "Niet!" als reactie.
Gisteren stond N. voor m'n neus.
Ik zong over de paddestoel met die stippen
(een associatie op het knutselwerk in de handen van een collega)
Daardoor ving ik haar aandacht.
Met schuin hoofd keek ze me aan.
Het liedje was klaar.
N. neemt geen blad voor haar mond.
En kan zich nogal eens controversieel gedragen.
Midden in de gang.
Allemaal kinderen die binnenkomen na de pauze.
Je hóorde haar denken.
Nu komt het:
"Jij hebt kaal haar. Je bent een jongen. Waarom?"
Haha!

vrijdag 26 oktober 2012

Plassen

Plassen

Als ik op mijn fietsje naar school ga
en er liggen van die plassen op de weg
dan vrees ik auto's die er nét doorheen rijden
wanneer ze mij passeren.
Maar als ik zélf in de auto zit,
kan  ik mij verkneukelen bij de gedachte
precies een fietser te passeren
als ik door die diepe plas ga
Erg hè?
Wat gij niet wilt dat u geschiedt,
doe dat bij de ander niet.
Geloof me, het blijft bij de gedachte
en ik troost me dat anderen soms ook zo durven denken.
Meneer Maurits bijvoorbeeld, wist precies! wat ik bedoelde
toen zijn taxi liters water verplaatste op de weg bij Anna's hoeve.
Zijn sterke verhaal kwam onmiddellijk uit zijn hoge hoed, een leren pet.
Mijn verbeelding liet niets te wensen over.
Deze pret kon de dag niet meer drukken
en dat kon ik toen elke dag gebruiken.
Op een dag bij t VU ziekenhuis moest mijn beste taxichauffeur een plasje plegen.
Hij kwam terug en vertelde met pretlichtjes in zijn ogen,
dat hij t niet heeft kunnen laten
de knop van de kraan uiteindelijk heel stevig dicht te draaien
om vervolgens deze in te smeren met water en zeep.
Ik schudde mijn hoofd.
Meneer Maurits moest bijna schateren
bij de gedachte aan de volgende die er zijn handen ging wassen.......
Wat moet je hier van denken?
Als we het toch over plassen hebben,
ík plaste er (bijna) van in m'n broek!
Met plaatsvervangende schaamte.....

donderdag 25 oktober 2012

Taxi

Saan

Op een dag in de taxi met 'meneer Maurits' kreeg ik geschiedenisles.
Hij wees me op een enorme kraanwagen met oranje wielen.
Op de Ringweg Oost in Amsterdam.
Het verhaal gaat over de Koninklijke Saan:
de complete logistieke dienstverlener.
Eerst was de firma een bodedienst met paard en wagen.
In de oorlog moest het uitgegroeide transportbedrijf zijn wagens
ten dienst stellen aan de bezetter.
De Nederlandse vlag mocht natuurlijk niet gevoerd worden.
In een schuur mengde een van de zoons resten gele en rode verf.
En schilderde daarmee de wielen van de wagens oranje.
Vaderlandslievende wielen.
Dat ze daarom koninklijk zijn geworden, vertelde meneer Maurits niet.
Maar dat zou logisch kunnen zijn, nietwaar?
Nee, internet vertelt anders.
Ze hebben dit predicaat voor hun 100-jarig bestaan gekregen.
Maar nergens staat vermeld waarom Saanwagens op oranje wielen rijden.
Eens reed een familielid van de familie Saan mee in de taxi.
Ze heeft navraag gedaan en later de oorsprong beaamd.
Meneer Maurits keek voldaan toen hij het me vertelde.
"Zie je wel? Ik heb het niet verzonnen"
En ik geloofde hem onmiddellijk.
Maar nu begint het te knagen....
Is het waar?
Aan de andere kant: deze waarheid boeit niet.
Het blijft een mooi verhaal.
Ik zal er altijd aan denken,
wanneer ik op de weg,
een wagen met oranje wielen zie rijden.
Tevens hoop ik dat dan mijn bestemming anders zal zijn.
Een concert, theater, toneel....
Niet het AVL.....


zondag 16 september 2012

Grootvader

Taxi

Vorig jaar zaten we in Portugal bij Vicente, Estevao of Eduardo in de taxi.
Voor een paar euro werden we vervoerd van centrum naar strand.
Het was goedkoper dan met z'n vieren de bus nemen
en veel comfortabeler.
De kinderen lazen altijd de prachtige namen voor
die op een soort ID kaart aan het dashboard hingen.
En zo kregen we makkelijk contact.
Wel lastig want Engels spraken ze nauwelijks,
en wij zijn het Portugees absoluut niet machtig.
Maar al snel werd duidelijk dat deze heren op leeftijd,
hun pensioen moesten bij verdienen.
Vroeger bij de politie,
nu vervoerden ze toeristen van a naar b.
Ik vónd t wat.
Portugal is een arm, daardoor goedkoop, Europees land.
Wat schetste mijn verbazing toen ik steeds voor het AVL
opgehaald werd door een oude baas met een leren pet op.
Hij wordt 'grootvader' genoemd want 'opa' mogen ze van hem niet zeggen.
Van jongs af aan heeft hij taxi gereden.
Meneer Maurits, zo noemde ik hem, is 84 jaar.
Hij deed netjes de deur voor me open.
Hield een paraplu boven m'n hoofd als t regende.
Liet me z'n geschilde appeltje uit een plastic bakje delen
(Ik kreeg soort en herkomst erbij mede gedeeld:
Braeburn uit Nieuw-Zeeland)
Hij vertelde geschiedenis, moppen, roddelde over z'n collega's en
kan, i.t.t. mezelf, wél Maarten van Rossum op tv waarderen.
Het contact was snel gemaakt.
Het was bijna een uitje door hem vervoerd te worden.
We hadden veel plezier
en moesten daarom oppassen want een keer bij t zien van een ezel
reden we bijna de Gaasp in.
Maar, óók meneer Maurits moet z'n pensioen bijverdienen.
In Nederland, een rijk, duur Europees land.
Werken 'op de taxi' tot je erbij neer valt.
Van de tips die hij tot onze verbazing van mede vervoerders kreeg,
kocht hij dan weer een flesje jonge jenever, Ketel 1.
Ik hoefde niet af te rekenen na een rit.
Deze kosten worden door de zorgverzekering betaald.
Maar sommige, vooral oudere mensen, geven 'dus' toch een tip.
Een meneer die dagelijks naar Waalwijk werd vervoerd,
gaf wel vijf euro........
Tja, daar zat ik dan met mijn goede opvoeding.
In Portugal gaven we de chauffeur ook een tip.
Wat hield me hier dan tegen?
Dat een of twee euro tip op het eigenlijke bedrag per rit
verschrikkelijk schamel is in ons rijke land?
Natuurlijk had ik al een plan.
En ik grapte over z'n taxi, een Mercedes, die ondanks zijn luxe,
door z'n korte wielbasis(?), bonkte en niet over drempels gleed.
Het werd de 'bonkelwagen'
en daar was natuurlijk geen tip voor te geven.
De laatste dag stond meneer Maurits naast z'n taxi op me te wachten.
Ik gaf hem zijn fles en hij lachte, nu niet alleen met z'n ogen,
nee, hij grijnsde van oor tot oor.
Ik wist dat het goed was.
Zeker toen hij na drie zoenen
beloofde bij elke borrel op mijn leven te proosten!

vrijdag 14 september 2012

Geboorte

Haar haar, mijn haar

Mijn chemo maatje was op bezoek.
Ik zou eigenlijk ex ervoor moeten zetten
want chemo behoort nu tot het verleden
maar Hermine is nog steeds m'n maatje.
We delen waar we het beste met elkaar over kunnen spreken.
We lachen om de goedbedoelde vragen en opmerkingen van anderen.
Gisteren toonden we elkaars aangedane borsten.
Zij lijkt nu op een Samoerai krijger.
Ik herinner me hoe ik me gekruisigd voelde.
Geschokt was ik door de rode inktlijnen op mijn lijf
want  ik was niet voorbereid dat ik getekend zou worden.
(En dat kwam weer door de taxi, maar is weer een ander verhaal)
Enfin, mijn rode lijnen zijn aan t vervagen.
Alleen de tattoo puntjes zijn een blijvende herinnering aan de bestraling.
Ze vallen niet op tussen wat moedervlekjes.

Terwijl ook andere littekens minder scherp worden,
begroet ik enthousiast de terugkomst van m'n haar.
Natuurlijk kwam 't eerst terug op de plekken
waar je blij was dat 't door de chemische zooi verdween.
Mijn 'buuv' zag ze t eerst, op mijn benen, grrrr.
Sam houdt nu de stand bij en maakt me elke dag blij
want m'n hoofdhaar groeit me niet snel genoeg
als ik, alleen, voor de spiegel sta en er naar kijk
en er wel aan zou willen trekken
als 't daardoor harder zou groeien.
Ik ben jaloers op 't haar van Hermine.
Zij kan er al mee over straat.
Ze wordt nog wel nagekeken.
Kinderen zeggen: 'Zo, die is kaal!'
Maar zij is er trots op.
En ik juich haar toe!
En wat boeit een tijdelijke rattenkop eigenlijk?
Weinig! als je bedenkt waardoor en
onder welke omstandigheden wij maatjes zijn geworden.
Hermine zat vaak bij me in de restauratie van mijn trein.
Maar........
De treinreis is voorbij!
Vorige week ben ik uitgestapt op het eindstation,
verwelkomd met bloemen, de vlag hing uit!
Ik ben op (die van) de kinderen na,
nog nooit zo gelukkig geweest met de geboorte van een nieuw leven!
Met haar als van een pasgeboren baby.

zondag 15 juli 2012

Ridder

Beelddenken

Op een dag kwam Sam uit school en zijn gezicht sprak boekdelen.
Gek op goede cijfers meldde hij een 7,3, voor geschiedenis geloof ik.
Onmiddellijk vroeg ik naar het slechte nieuws.
Hij keek me zogenaamd verbaasd aan. Nee hoor, er was niets.
Ik moedigde hem aan om toch ook het slechte cijfer te vertellen.
Je weet als moeder dat er tóch iets aan de hand is.
Ik noemde nog meer slechte schoolscenario's op.
Er was iets anders.
Mijn nekharen gingen recht overeind staan.
( Niet dat ik ze heb, maar de uitdrukking voor angst )
Sam durfde 't me niet te vertellen.
Je wordt toch niet gepest?, vroeg ik
Het gaat over jou, onthulde hij.
Mijn (denkbeeldige) nekharen gingen weer liggen.
Oh, dat kan ik wel aan, dacht ik.
En dat kon ik ook. Het is mijn gevoel niet binnen gekomen.
Mijn hart ging uit naar mijn kind, die zijn tranen niet kon verbijten.
Hij maakte zich zorgen, hoe ik zou reageren.......
Tijdens een ruzie met een klasgenoot is Sam uitgescholden voor kankerjong.
Tevens sprak de jongen de wens uit dat hij hoopte dat ik er dood aan zou gaan.
Sam heeft niet geaarzeld.
Hij heeft 'm geslagen, eerst in zijn gezicht, daarna met een zaag op zijn hoofd.
Ik toonde alle begrip!
en zag zelfs een scheiding van bloederige zaagtandjes
in het haar van de jongen, als gevolg van de klap met de zaag,  voor mijn geestesoog.
Valse gerechtigheid in mijn verbeelding.
Zoete wraak binnen mijn voorstellingsvermogen.
Toen ik dat deelde met Sam, hebben we hard gelachen.
Sam omhelsde me en toonde zijn opluchting.
Hij heeft niet gedacht dat ik zo zou reageren.
Natuurlijk volgde ook een serieus gesprek.
Maar ik moest niet denken dat hij m zou kunnen 'vergeven'.
Mijn wenkbrauw schoot omhoog bij deze opmerking
(deze haren heb ik nog wél).
'Vergeven'  is me in míjn opvoeding meegegeven!
Hoe kwam Sam hieraan?
Stom, hij zit op een christelijke school natuurlijk.
Waarschijnlijk is 'm dit gevraagd op 'het matje' bij de conrector,
waar de dader ernstig snikkend zijn spijt aan Sam betuigde
maar die Sam dus niet direct aan heeft kunnen nemen.
De ridder die moeders eer heldhaftig heeft verdedigd,
zei vervolgens op mijn vraag en opmerking
dat hij wel weer met hem door één deur moest en hoe hij dit voor zich zag:
" ......maar misschien vergeef ik hem morgen wel!"
Sam heeft het dezelfde middag nog gedaan, aan de telefoon,
ouders en kind wilden op gesprek komen en excuses aanbieden:
"Ja man,....... Is goed man,........ Ok man, ........ Weet ik wel man, ...........
Ik ook sorry man,.......
Nou, dat ik je met een cirkelzaag op je hoofd heb geslagen!!!!......"
Plots werd de bloederige haarscheiding verdreven
door het beeld van The Chief in 'One flew over cuckoo's nest'
die een onmogelijk te tillen marmeren blok van de vloer rukt,
deze door het raam smijt en vlucht.
Een cirkelzaag is immers een enorm apparaat dat aan de vloer genageld staat.
Wat voor zaag heeft Sam ter hand genomen,
waarna hij het lokaal uit vluchtte?
Ik kan me bij elke zaag een beeld voorstellen.
Zelfs al is het 'maar' een figuurzaag......




woensdag 30 mei 2012

Hekel


Avondvierdaagse

Ik had een hekel aan de avondvierdaagse.
Dat krijg je vanzelf als je een keer met je SO (Speciaal Onderwijs) school mee gaat doen.
We raakten kinderen kwijt,
ze kwamen niet opdagen
en onderweg moesten we de kinderen
uit bomen, heggen, vijvers en tuinen plukken.
Één keer en nooit meer!
En de overenthousiaste, organiserende vader,
legde zich er ook na deze ervaring bij neer.
(Ik weet nog hoe hij  heet,
een Rolling Stones fan, een naturist,
met een boot met de naam dr John the Nighttripper.
Een kleurrijk figuur....maar een ander verhaal.)

Het werd op de gewone basisschool niet anders.
En dat viel tegen.
Weer Samen Naar School had zijn intrede gedaan.
Ik wil graag geloven dat dat de reden was!
Mijn SO collega's zaten me te jennen toen ik solliciteerde.
'Dat wordt verplicht de avondvierdaagse lopen!’
Ik heb nog geprobeerd er onderuit te komen.
Maar dat is dus niet gelukt.
Vreemde ogen dwongen.
Ik moest me nog waar maken.
Dus braaf maar met grote ergernis,
haalde ik nog steeds kinderen bij plekken vandaan
waar ze niet mochten komen,
rukte ik ze de dennenappels uit handen
waarmee ze anderen belaagden,
en probeerde ik te voorkomen
dat ze de uitgedeelde appels ondankbaar in de Eem gooiden.
Tegen het geschreeuw onder viaducten
was geen kruid gewassen.
Toen de verloskundige er niet door mocht,
op de laatste avond op 4 juni 1999,
(ik zal het niet kúnnen vergeten)
en mijn zoon zijn geboorte aankondigde,
werd de hekel aan deze jaarlijkse, plaatselijke 'tocht der tochten'
tot ongekende hoogte, groter.
Want nu lag het niet alleen aan die misdragende kindertjes
maar kwamen de vrijwilligers in hun fluoriserende hesjes
er ook nog eens bij,
zich eens per jaar machtig voelende
het verkeer te mogen regelen,
en geen benul hebbende van de betekenis van een esculaap op de voorruit.
De blijde geboorte om tien voor half acht,
heeft geen zalvende werking gehad.

Plots kwam er tóch de kentering.
Ons oudste kind ging meedoen.
En hij wilde graag!
Lopen, snoep en een medaille!
En zo nu en dan over die vettige potjes zingen
tot het honderdste couplet.
En zijn gezichtje,
het straalde,
en daar is geen moederhart tegen bestand.
Zelfs het vaderhart niet.
De avondvierdaagse werd een belevenis!
En dat nam toe, toen ook de jongste,
met het grootste enthousiasme,
vier avonden lang, kilometers aflegde,
voor de LOL!!
En wij ouders liepen mee en vonden het gewéldig.
We zagen geen bomen,
geen water, geen tuin, noch kinderen,
slechts ons middelpunt,
onze zoon.

En nu?
Nu loopt er geen kind van ons meer mee.
Ze gaan niet eens kijken.
Het boeit niet.
De jeu is er af!
Ik kwam er dit jaar,
dus eigenlijk genadig van af.
Door mijn ziekte.
Zo leek het.
In eerste instantie.
Ik zwaaide en ik deelde ijs uit.
Iedereen was enthousiast me te zien.
Kinderen, ouders, collega's.
Ik werd weer blij.
Voelde de rijkdom weer.
En het deed me even de reden vergeten,
waarom  ik slechts aan de kant stond.
Ik zag zelfs het eindstation, na mijn nog af te leggen kilometers, in de verte.
Daar is mijn treinreis voorbij.
Dus al moet ik duizend coupletten over die potjes zingen,
krijg  ik snoep i.p.v. het nostalgisch bosje duizendschoon,
het kan me niet schelen,
volgend jaar loop ik weer MEE!


Foto: Nijkerk, Avondvierdaagse 1970, 
geen snoep maar bloemen, 
geen duizendschoon maar rode en witte anjers, 
en mijn mond staat vast open door "pòòòòòòtje"!


vrijdag 18 mei 2012

Betekenis


Het is 6 jaar geleden.
Op 26 december overleed de meest gestoorde jonge kater van Baarn.

Thierry wilde zo graag een poesje voor zijn verjaardag.
Hij kreeg een baby kater via een advertentie op het bord in de, toen nog bestaande, Komart.
Hij was meegenomen uit Malaga door de zoon van een ouder echtpaar.
Verlaten, en als enig zogende, overgeblevene uit een verlaten nest,
kón de zoon niet anders dan dit om melk en moeder klagende beestje mee naar Nederland te nemen.
Een man met het hart op de goede plek dus.
Het beestje werd onderweg gevoerd met een flesje.
Het oudere echtpaar was wíld van dit zwart witte schatje,
maar omdat ze hem wellicht niet zouden overleven,
hebben ze met pijn in het hart de advertentie moeten zetten.
En zó maakten we kennis met Paul en Ciska B.
Op een van de mooiste plekjes in Baarn.
Een woonboot met een mega tuin met uitzicht op de Eem en de Utrechtse Heuvelrug,
geen huis ertussen.
De vogeltjes zingen daar hun hoogste lied en sommigen zijn zo gewend,
dat ze zich, heel voorzichtig, uit de hand laten voeren.
Speciaal vogelvoer........
It’s in the family.
Ik was er vanmiddag, met open mond, getuige van.
Diego had deze tamme zangers zeker opgevreten als hij er was blijven wonen.
Maar dan had hij misschien wél nog geleefd.
Diego kreeg zijn naam n.a.v. zijn zwarte masker.
De naam Zorro was al aan een kater van een vriendje gegeven.
Toen hebben we Diego maar de échte naam van deze legendarische held gegeven,
voluit is dit : Don Diego de la Vega.
En als ik die naam noem, zie ik gelijk mijn idool voor ogen,
Antonio Banderas, mijn filmheld, een dróom van een man!
Diego kwam in ons huis met een roze, kaal buikje.
Hij sprong en zette zijn scherpe nageltjes in alles wat bewoog.
Onze tenen, kuiten, handen, enzovoorts.
Je kon de trap niet opgaan zonder de figuurlijke kleerscheuren op te doen.
En we lachten.....
Toen het flesje moest plaatsmaken voor hardvoer, kon Diego niet meer van het zogen afkomen.
Wij waren zijn moeder geworden en onze vingers waren haar tepels.
Zodra je hem aaide, pakte hij je vinger en zoog erop, zonder je te bijten.
Maar hoe aandoenlijk ook, het was vervelend.
Hij drong zich aan je op, je wist behalve dat het geen melk opleverde,
zijn opvoeding een onnatuurlijke dauw had gekregen.

In hoeverre mag je ingrijpen in de natuur?
Ik kom daar niet uit.
Ik laat ook ingrijpen door operaties, chemo en andere therapieën om te blijven leven....
Lees mijn zwanenverhaal er nog eens op na....
Ik zie moeder zwaan  nu regelmatig bij haar lege nest.
En de inmiddels vijf overgebleven eieren worden waarschijnlijk met succes uitgebroed.
De mens heeft ingegrepen met de wens dat ze het overleven......
De keus maken of de kans krijgen.
Maar ik dwaal af.

Diego ging na vier maanden nieuwsgierig naar buiten.
Een maand later, op 2e Kerstdag, 
werd hij door de buurjongens levenloos op de stoep voor ons huis aangetroffen.
Ons verdriet was groot!
En ik schreef een brief aan het oudere echtpaar op hun woonboot aan de Eem.
Dezelfde dag nog, met een snik de envelop in zo'n groene brievenbus met klep stoppende.
Ik hoopte dat het mijn verdriet zou stelpen, 
en dat ik mijn verdrietige kinderen daarna beter zou kunnen troosten.
Ik kreeg bijna onmiddellijk een telefoontje.
Natuurlijk om Diego, de springende, zuigende, gekke kater uit Spanje.
Het katje dat ze hadden afgestaan.
Maar zo'n brief hadden ze nog nooit ervaren.
Paul noemde het 'ongelooflijk'.
Onbedoeld heb ik hun hart verwarmd door een brief over het korte leven van een lieve, gekke kat.
En ze zochten ons op, toen we Charlie in huis namen.
Hij is een totaal andere kat en net zoals Diego, uniek.
Zoals elk kind, elk mens, uniek is.
Ik zwaaide daarna naar Paul en Ciska tijdens mijn dappere hardlooprondes.
Ik sprak met ze als ik ze tegenkwam op het schelpenpad.
Nu loop ik bijna dagelijks langs hun mooie plek.
Door mijn wandelingen versnel ik het herstel namelijk na mijn nabehandelingen.
Maar het is er steeds zo stil.
De tuin lééft maar ik zie bij mooi weer niemand in de serre.....
Zouden ze nog leven? Ik zag maar geen teken.
Tot vanmiddag.
Ik zag Paul het poortje uit schuifelen.
Ik versnelde mijn pas en sprak hem aan, of hij me nog (her-)kende?
Hoe het met ze gaat.....?
"Belazerd", antwoordde hij.
Cis is overleden, binnen 10 dagen, hij kan het nóg niet begrijpen...
Op 26 december.......
Ze zijn 62 jaar samen gelukkig geweest.
Hij zag mijn doekjes en ik vertelde hem over mijn ziekte.
En dat ik voorlopig alle tijd heb om 'stilte' te doorbreken.
Ik noem het in mijn mailtjes 'afleiding'.
De ogen van Paul begonnen te glinsteren.
Of ik van scrabbelen houd?
Dagelijks speel ik tientallen beurten Wordfeud via internet met vrienden, collega's en ouders.
Mijn antwoord was dus een enthousiast, volmondig ‘ja’!
Ik moet er wel rekening mee houden dat hij er eigenwijze spelregels op na houdt.
De q is weg en als je zeven letters kunt neerleggen
dan mag je dat zonder de 40 punten op een strategische plek leggen.
Ik ga akkoord en ga dus binnenkort naast de virtuele,
échte stenen schuiven op een kartonnen bord.
Na deze afspraak nodigde Paul me uit een wijntje te komen drinken.
Ook al zat hij aan zijn tax van anderhalve glas.
En hij voorzag me van een lekker glas rode wijn en van mooie,
zelfs intieme verhalen over zijn Cis en zijn jeugd.
In die serre, buiten, met dat prachtig uitzicht.

Toen ik wegging zwaaide hij me na.
Ik draaide me om en zwaaide en riep dat ik het gezellig vond en tot gauw!
Een paar stappen verder keek ik om en hij zwaaide nog!
Spontaan blies ik een kushand.
Hij blies er één terug.
26 December heeft betekenis gekregen.
Mijn leven heeft meer betekenis gekregen.
Ik heb er een vriend bij.
Een vriend waar je U tegen zegt!
Maar dat mag ik niet van hem.


p.s. Goed nieuws!
Vandaag vernam ik dat de eieren van de zwaan zijn uitgekomen!
Ik ga het moeder zwaan vertellen!




















donderdag 10 mei 2012

Wreed


Rouw

Weet je?
Elk jaar komt het zwanenechtpaar een nestje maken in onze Tuindorpvijver.
Vorig jaar heeft Marco een geweldige fotoreportage gemaakt van kroost en ouders.
Soms met pijn in de buik als ze een weg overstaken.
Vader voorop, vijf kuikens en dan, al zwaaiend met haar hals, moeder.
We namen ons onmiddellijk voor,  weer een reportage te maken.
We spotten zes fikse, blauw witte eieren in een prachtig nest.
Aan de waterkant, tussen het riet.
Zodra je in de buurt kwam, schoot vader als een raket op je af.
Moeder bleef onverstoorbaar op haar nest.
Ik moet dan altijd denken aan die waarschuwing in mijn jeugd.
Dat een zwaan je een gebroken arm kan slaan met zijn vleugels.
Maar ik wacht dat nooit af.
Ik stap op tijd terug.
Opeens was vader niet meer.
Doodgereden, want vader werd aan de overkant gevoerd.
Tijdens zijn tocht naar een makkelijke hap,  is vader geschept door een auto.
Addergebroed!
Moeder was in diepe rouw.
De hele buurt leed met haar mee en probeerde te zorgen.
Liefst geen brood om het teveel aan zout.
Maar kippenvoer en nat groen.
Ze bleef trouw broeden op haar nest.
Ze maakte haar veren weer schoon.
Maar ik heb haar nooit zien eten.
Toen er hoop was voor haar nog geschaalde kroost,
kwam de wanhoop om de hoek.
Een ander zwanenpaar verjoeg moeder van haar nest.
Dat ze begon te trillen en uiteindelijk wegvloog, roerde me tot tranen.
Zes eieren lagen doodstil te wachten.
Het zwanenechtpaar wilde er ook geen eer meer halen.
De volgende morgen was het nest leeg.
Een paar uur later zag ik moeder plukkend met haar snavel op het lege nest.
Waar waren haar eieren?
De krant beschreef een langzame dood in een koelkast.
Maar de vogelbescherming heeft de eieren in een broedkast gebracht.
Nu maar afwachten.
En dan?
Als je langs de weilanden gaat,
zie je overal zwanenparen.
Soms een enkeling.
Zou daar moeder zwaan tussen rouwen?
Wat is haar besef van het noodlot in haar instinct?
Ik hoop dat als haar broedsel uitkomt,
ze op een of andere manier terugkomt,
dat ze haar kinderen herkent.
En dat ze ze komt halen om ze groot te brengen.
Want zó'n rol,
is voor ons mensen eigenlijk alleen voor eigen gebroed weggelegd.



zaterdag 5 mei 2012

Zussen

Wat een feest!


Mijn vierde zus Ada wordt in mei 50 jaar.
Ik ben de vijfde,
dus nog een jonkie.
En dat betekent dat mijn zesde zus,
een nakomertje,
mag zeggen dat ze nog piepjong is.
Maar mijn oudste zus Nelien
is zeker geen oude taart.
Zij is zelfs een tweede leven begonnen,
Zij geniet het leven na haar borstkanker.
Zij is mijn voorbeeld,
Weet je nog? I can do it!
Ada is de mooiste van het stel.
Onze beauty.
Maar nog mooier is,
ze is onze grote hulp.
Onze psychische hulp in nood.
Ook voor vele anderen.
Maar daar wordt ze dik voor betaald.
De familie wordt rijk door háár.
Ada herkent veel van ons in haarzelf.
Ze heeft daar een mooie tekstregel op gevonden.
Maar die bewaar ik voor het eind.
Ik herinner me dat we aan de grote tafel zaten.
Mijn vader aan het hoofd, de wolf, en zijn zeven geitjes.
Wat waren we toen een stel pestkoppen!
Vooral om het uiterlijk kon je scoren!
De een om de ogen,
de ander om de neus,
een scheve tand,
of moedervlekjes.
We sloegen een kruisje op het gezicht,
en deden de stand van de donkere vlekjes,
als het In de naam van de Vader
op het gelaat van een van ons, na.
Die vlekjes zitten er al lang niet meer.
Net zoals de hangende oogleden,
die bij sommigen van ons gecorrigeerd 'moesten' worden.
Zelfs bij mijn allerliefste moeder.
(Het zevende geitje, die de pestkoppen weer suste.)
Je ziet er daardoor inderdaad jonger en vitaler uit,
moet ik eerlijk bekennen.
Ik heb al een hengeltje uitgegooid
naar mijn plastische chirurg.
Neus-, ooglid- en buikwandcorrectie,
(Als een 3 in 1 pakket bij Ziggo.
Mijn borstreconstructie is dan het modem.)
Maar niet alleen allerlei uiterlijke kenmerken
zijn heel herkenbaar in ons terug te vinden.
Ook innerlijke.
Ik weet zeker dat wij zussen,
trots zijn op onze mooie eigenschappen,
en andere karakteristieke genen
liever niet willen herkennen.
Vroeger pestten we elkaar om de verschillen.
Maar Ada trekt het nu gelijk
in de eerste regels van 'Sisters Sledge':
' We are family, I've got all my sisters in me!'
Dus ik heb ze ook allemaal in me.
En ik troost me,
het minder fraaie valt te 'corrigeren',
zowel  innerlijk als uiterlijk,
mocht je die hulp nodig willen hebben.
Wij hebben Ada,
en evt. een plastische chirurg.
En zet ze nu eens met me op een rijtje.
Mijn oudste is mijn voorbeeld.
Mijn tweede weet het beter.
Mijn derde is een held.
Mijn vierde is een redder.
En mijn jongste zus is een atlete.
Zij heeft de 10 km gelopen.
'k Ben benieuwd of wij dat nog in onze genen verborgen hebben.
Ik denk het eerlijk gezegd niet.
Hopen mag altijd.
En als we er last van hebben
dan bellen we Ada.


donderdag 26 april 2012

Kuur

Cola


Vandaag zat ik naast Jordy in het ziekenhuis.
Hij kreeg zijn laatste kuur.
En oh, wat werd hij ziek.
We hadden met hem te doen, Thea en ik.
Sowieso, je zal toch nog maar 19 jaar zijn?
Gelukkig zijn zijn prognoses goed!
Maar we krégen toch de slappe lach!
Jordy had cola staan.
Thea vertelde een programma te hebben gezien.
Een mooie vrouw op tv.
totdat ze haar bek open trok!
Zwarte afgebrokkelde tanden
door twee flessen cola op één dag
en bang voor de tandarts natuurlijk.
Oh, zei Jordy, mijn vader drinkt dat ook elke dag,
maar hij heeft al zijn tanden nog!
Hoe oud is je vader dan? vroegen wij.
En we dachten natuurlijk aan een 70-jarige,
of nog véél ouder!
48 Jaar was het antwoord.
We proestten het uit!
Thea en ik komen ook uit 1964.
Wij  hebben ook al onze tanden nog!
En we hoeven niet bang te zijn ze te verliezen.
Wij gaan dan wel niet met plezier naar de tandarts.
Maar cola drinken we niet.
Zeker geen twee flessen.





zaterdag 14 april 2012

Puzzel


What's in a name

Het begon te broeien toen ik de hand schudde van de radiotherapeut.
Dit bedénk je toch niet?;
Een gesprek over bestralen op de borst met dr. Borst.
Ik heb me nét in kunnen houden daar in zijn hok,
want het is aan mij wel besteed
om daar spontaan een opmerking over te maken.
Zou ik dan de eerste zijn geweest?
En deze dan?
Ik zou eerst de eer hebben het gesprek te voeren met dr. van Triest.
Nee zeg, da's toch triest.
Werken in het AVL, een kankerziekenhuis,
en er dan vrolijk onder proberen te blijven!
Lastig met zo'n naam.
Ik zou onmiddellijk mijn mans naam aannemen.
Maar ja, misschien heeft ze geen man.
Dr Vriens, mijn chirurg, wél.
Zij boft met de naam van haar eega.
De naam is haar op het lijf geschreven.
Lieve, mooie, vriendelijke dr Vriens.
Ze heeft een kaartje van mij gekregen.
En daar stond ook het adres van mijn blog op.
Misschien zou ze ooit een verhaal over haarzelf lezen
dat ik haar waarschuwde voorzichtig te zijn op wintersport.
Stel je voor dat ze iets zou breken,
vlak voor de beslissende operatie.
Nu glimlach ik bij de gedachte wanneer ze dit leest
en zie ik haar vriendelijk lachen
om de namen van haar collega's.
Want neem nou de internist,
hij zit links om de hoek
in een mooi, ruim ingerichte ruimte.
Dat heeft hij wel nodig,
er wordt daar een berg werk verzet.
En hij is groot,
en heeft tevens een uitstraling waar je even tegen aan kunt leunen.
Steun, want dat heb je nodig als je praat over de c's:
ca, cellen en chemo en het effect daarvan op je leven.
Hij klopte me op mijn hand
en verzekerde me dat ze er voor gaan zorgen
dat ik nog vele verjaardagen ga vieren na mijn treinreis.
Zijn naam is dr. van de Berg,
de rots waar ik het de komende maanden van moet hebben.
Knappe vent ook,
past goed in een doktersromannetje,
hij had alleen een trouwring om.
En laat ík nou getrouwd zijn met Marco van Bergen!
Da's een "gelukkie" met zo'n achternaam.
Mijn grootste steun en toeverlaat.
Mijn kracht, mijn grote liefde.
Rots(en!!!) in de branding.
Hij overtreft natuurlijk dr. van de Berg in álles!
Maar het mooiste komt nog.
(geen tromgeroffel hoor)
Ik belde 's avonds het ziekenhuis
omdat ik zo'n enorm rode kop kreeg van de medicijnen.
(Zorgt er wel voor dat iedereen roept dat ik er goed uitzie!)
Volgens mij heette ze Petra ;-) op afdeling A0.
Ik moest wat gegevens doorgeven
en ze concludeerde niet,
'U heeft borstkanker',
maar, veel mooier,
een term die ik liever wens te gebruiken,
'U heeft mammaca'.
Dus lieve allen,
zegt het voort,
Gerda gaat genezen van mammaca!
met de hulp van mijn tot steen (steun)
geworden rotsen!
Hoera!

Waarom dit plaatje?
Hints in de tekst.


maandag 9 april 2012

Haarwerk

Wennen of verwerken?

Een paar weken geleden vroeg Jesse aan me:
'Jij bent toch die vrouw die geopereerd is?'
Hij zat al de hele tijd naar me te kijken.
Jesse is de zoon van Thea,
en is 'volledig' op de hoogte.

'Ja, dat ben ik', antwoordde ik,
ervan uitgaand dat ik de meest recent geopereerde in 't gezelschap was.
'Je bent helemaal niet kaal!',
concludeerde hij opgelucht.
(Waarom hij opgelucht was,
verklaart zich later in dit verhaal)
'Nee, dat komt nog', antwoordde ik.
En ik was blij dat niet alle pech op één dag samenkomt.
Dan heb je namelijk de tijd om aan het één en het ander te wennen.
Al is ‘verwerken’ een geschikter woord in deze context.
Maar het klinkt zo zwáár.
Ik hou het liever luchtig.
En toen klonk onverwacht:
'Ik hou niet van kale vrouwen!'
(Taraaahhh!!!!)
'Ik ook niet!', antwoordde ik stellig,
terwijl ik er misschien maar twee 'ken', van tv.
En eigenlijk staat het hen wel.
'Straks als ik kaal word, zet ik een pruik op'.
Het ontlokte Jesse slechts een klein lachje.
Maar in dat kleine lachje school een vrolijke gedachte.
Jesse denkt bij een pruik aan carnaval.
Aan een fel gekleurde clownspruik.
Zo'n paarse of gele,
waar niemand van opkijkt tijdens dat feest.
Later moest ik weer aan Jesse denken,
toen ik tegenover de verpleegkundige zat.
Ze gaf tekst en uitleg.
De tekst was 'haarwerk'
en dat ontlokte mij zo'n reactie als Jesse.
Wel geen klein lachje,
maar een grijns.
Want ik associeer haarwerk met een toupetje,
geenszins met een pruik.
Ik denk direct aan mijn docent Nederlands op de PA.
Hij liet ons zien hoe het toupet op hem vast zat.
Wonderlijk die plakkertjes.
Ik hoop dat mijn 'pruikie' stevig blijft zitten.
Jesse wil het straks graag zien.
Een kale vrouw met haarwerk.
Het mag van mij.
Maar ik zit stiekem te denken,
om er eerst een feestje van te maken.
Met een heuse pruik op,
om het luchtig te houden.
Om daarna het haarwerk te showen.
In de hoop dat hij óók vindt,
dat het niet van echt te onderscheiden is.
Gewoon.
En anders kan ik hem vertellen,
dat het maar voor tijdelijk is
en een kwestie van wennen. 


















Gerda en Samuel, eindfeest Montini 2007

donderdag 22 maart 2012

Trefpunt

Treffend, aantreffen, treffen, trof, getroffen hebben.....


Je kan het in het leven ook zo treffen.
Met een allerliefste moeder,
vijf geweldige zussen,
Ik trof mijn grote liefde aan op een Grieks eiland,
Ik heb de twee liefste zoons,
hartsvrienden,
de leukste school,
de beste collega's,
de fijnste kinderen in de groep,
én ....... Betty!
Ik heb het zó getroffen met haar:
mijn allerliefste, bovenste beste 'buuv'.
Dat woordje 'buuv'  doet trouwens onze relatie
niet de eer aan die het verdient.
Ze is zoveel meer dan dat.
Ze is als een beste vriendin.
Zo delen we Alison Krauss,
die als een engel zingt.
Betty kent de teksten uit haar hoofd:
'Baby now that I've found you,
I won't let you go
I need you so...'
Het is bijna toepasselijk.
We gaan in juli naar Carré
om onze afspraak na te komen,
dat als Alison ooit naar Nederland zou komen,
wij er naar toe zouden gaan.
En we gáán!
We hebben de beste plaatsen getroffen.
We kletsen,
en lachen,
ze troost me,
en gisteren lapte ze zomaar mijn ramen.
Het is zeker treffend:
Beter een goede buur
dan een verre vriend.
En Betty?
Ze is de beste!


Baby now that I've found you


zaterdag 17 maart 2012

Blub

Brief


Het was bij de muzikale weekopening
Tijd van Kerst op school.
Er was weer die sfeer.
Het knisperde.
De hal vulde zich met warmte en licht.
Driehonderd kinderen, ouders en leerkrachten.
Ze luisteren en kijken,
naar de kinderen die spelen en zingen.
De flonkerende sterretjes spatten er van af.
Kippenvel op je armen.
Soms ademloos zo mooi.
Ik zat daar met een brok in mijn keel.
Ik wist mijn diagnose net een weekend lang.
Toen het even teveel werd,
begaf ik me naar een andere ruimte.
Er ging een jongetje naast me voor het raam staan.
'Mis jij ook iemand?', vroeg hij.
'Nee, dat is het niet', antwoordde ik.
'Ik wel, ik mis mijn goudvis.
Hij is dood gegaan.
Weet je hoe hij heette?
Blub! en hij kon kunstjes.
Als ik zó deed, dan maakte hij een sprongetje
(hij beschreef een boogje in de lucht).
En hij kon ook praten.
Je zag zijn bekkie bewegen.
En ik verstond hem.'
'Dat is heel bijzonder joh,
ik snap dat je je vriendje mist!'
'Ja hè?'
Er kwam abrupt een einde aan dit gesprek.
Maar niet aan de band die het had geschapen.
Als ik slechts op bezoek was op school,
viel het op dat hij zich aan me wilde laten zien.
Éven op de voorgrond,
waarna hij vluchtte,
naar een hoekje, of naar het toilet, áls hij al de kans kreeg
want hij wordt daartegen nauwlettend in de gaten gehouden.
Bij de muzikale weekopening
heeft hij dus makkelijk zijn kans schoon kunnen zien!
Het moge jullie misschien al duidelijk zijn,
dat dit jongetje een groter probleem heeft,
dan het gemis van vriendje Blub.
En dat mijn terugkeer, later...
ook niet de oplossing zal zijn.
Maar zijn woorden zijn wél een mooi sluitstuk van dit verhaal.
Ik kreeg namelijk een brief van hem:

'lieve gerda
ik mis je.
Het gaat goed.
Hoopelek met jou ook later.
mag ik een keer langskomen
Ik wil je terug xxxxxxxxxx'

Lief hè?



vrijdag 9 maart 2012

Basiskennis


Vogelaar

Toen ik op de Pedagogische Academie, in Den Haag, zat,
moesten we driehonderd vogeltjes uit ons hoofd leren.
Je kent vast wel die kaarten met die nummertjes.
Ik zat in een nogal eigenwijze klas 
en natuurlijk vroegen we de docent naar het nut van deze kennis,
in de hoop dat zijn antwoord een discussie zou uitlokken,
die wij dan uiteindelijk zouden winnen. 
Maar we verloren.
'We zouden tijdens een wandeling met de klas in de natuur
(het stadspark, de begraafplaats??)
de kinderen kunnen léren
en dan wordt je básiskennis aan gesproken'  
In de tijd van de basisvorming,
waren we tóch wel snel overgehaald
als een les haaks stond op het frontaal klassikale,
wat we op onze 'oefenscholen' (zo heette dat toen!)
helaas maar al te vaak meemaakten
en dat toen al tegen ons gevoel indruiste.
Dus zwoegden we op vogels waarvan zoveel soorten
zo enorm op elkaar leken.
Een paar jaar geleden
hadden we het project Vogels op school.
De inleiding was een enorm vroege wandeltocht
in kleine groepjes,
met een vogelaar als begeleider,
in het bos en rond de velden van Kasteel Groeneveld.
Maar mijn basiskennis werd nauwelijks aangesproken
omdat het voornamelijk om vogelgelúiden ging.
Ik weet nog dat onze vogelaar ons op het geluid van de tjiftjaf wees.
En dat hoor je, 
want hij ontleent zijn naam aan het geluid dat hij voortbrengt.
Het is ook de eerste zangvogel 
die terug komt vanuit zijn winterverblijf in maart.
Een lentebrenger, net zoals de merel.
Dat heb ik onthouden, 
door wat die vogelaar ons vertelde,
niet van de PA.
Want helaas verloor de docent de discussie
toen hij ons honderd vogelgeluiden wilde laten leren.
Dan had ik eerder die vogel kunnen determineren
op zijn bijzondere gefluit,
in de buurt voor ons huis.
Gemis aan basiskennis?
Een langgerekte fluittoon,
van hoog naar laag en van laag naar hoog.
Het leek wel op een tropisch vogelgeluid.
Een papegaai?
Als de gordijnen van de slaapkamer dicht zijn,
zit de hele Japanse esdoorn voor ons huis,
vol met zingende vogeltjes, 
met die onbekende, tropische vogel ertussen.
Hij heeft misschien de exotische boom, 
bewust uitgekozen.....
(De oplettende lezer zal zich afvragen
of we de discussie over bomensoorten ook verloren hebben?
Klopt! 
En die van de plantjes ook!)
Maar als ik het gordijn voorzichtig opendeed,
zag ik slechts nog een spreeuw.
Die weet ik nog goed!
Zo'n gespikkelde vogel,
met een glimmend blauw/groen verenkleed.
Ze veroorzaken die zwermen,
waardoor ze een hele parkeerstrook met auto's kunnen onder schijten
als de strook door bomen of draden 'versierd' wordt,
waar ze dan al schijtende uitrusten 
maar tevens onrustig wachten 
op de leider die de zwerm opnieuw in beweging zet.
Dus niet zo'n interessante vogel.......
Of toch?
Toen ik m bespiedde,
kwam het tropische vogelgeluid uit ZÍJN keel!
zelfs die van vele andere soorten!
Ik stond paf! 
De boom heeft nooit vol gezeten met verschillende vogeltjes!
Het is de spreeuw,
dat oninteressante vogeltje,
met de meeste vogelgeluiden in één soort.
Prachtig!
Zie je wel dat vogelgeluiden leren,
tóch weinig zinvol is?
Het is een kwestie van logisch nadenken,
en je kan er danig van in de war raken.
En op dat laatste zit niemand te wachten.
Ook ik niet.
Want de kievit zingt ´kiewiet´,
de koekoek doet 'koekoek',
de fuut roept 'fuut'!
Het roodborstje doet.......Huh?
En van de verscheidenheid aan zang van de spreeuw,
word je 'tureluurs'!






Geplukt van internet: 
"De zang van de spreeuw is een aaneengeschakeld geheel van klikkende, rollende en slissende geluiden, onderbroken door een hard, in toon dalend gefluit, zo ongeveer als kinderen doen wanneer ze het geluid van langssuizende kogels nabootsen. Spreeuwen kunnen bovendien fenomenaal andere vogels imiteren"


http://www.aviflevoland.nl/html/Spreeuw.html

Onze spreeuw in de Japanse esdoorn:
http://youtu.be/JXQC_jFMgdk
helaas zonder zijn verwarrende fluittoon.....







zaterdag 25 februari 2012

Lente

De merel

Vanmorgen lag ik wakker.
Dan moet ik 'niet denken' forceren,
terwijl de onrust door mijn lijf giert.
Ik begin bij mijn grote teen, 
die voel ik gelijk!, 
hij prikt immers het dekbed in.
Dan de hiel.
Met die kloven er in...
is ook geen probleem
Dan het scheenbeen.... 
Ik bedenk dat ik me daar nodig moet scheren.
De kuit...
Drukt zich behaaglijk in mijn zalig, zachte matras.
Enzovoorts......
De anatomie van het lichaam 
ter afleiding van de onrustige geest.
Een soort yoga,
maar ik doe dat nog te kort
om het als degelijke oefening te betitelen.
Ik hoefde niet verder dan de knie te komen.
Want de lente kondigde zich aan.
Het was nog donker.
Hij zat op de daklijst.
Dat weet ik.
Elk jaar, dezelfde plek.
Maar pas een paar weken later.
Het is februari nota bene!
De merel.
Hij zong zijn mooiste lied.
Eindeloos....