Vanmorgen lag ik wakker.
Dan moet ik 'niet denken' forceren,
terwijl de onrust door mijn lijf giert.
Ik begin bij mijn grote teen,
die voel ik gelijk!,
hij prikt immers het dekbed in.
Dan de hiel.
Met die kloven er in...
is ook geen probleem
Dan het scheenbeen....
Ik bedenk dat ik me daar nodig moet scheren.
De kuit...
Drukt zich behaaglijk in mijn zalig, zachte matras.
Enzovoorts......
De anatomie van het lichaam
ter afleiding van de onrustige geest.
Een soort yoga,
maar ik doe dat nog te kort
om het als degelijke oefening te betitelen.
Ik hoefde niet verder dan de knie te komen.
Want de lente kondigde zich aan.
Het was nog donker.
Hij zat op de daklijst.
Dat weet ik.
Elk jaar, dezelfde plek.
Maar pas een paar weken later.
Het is februari nota bene!
De merel.
Hij zong zijn mooiste lied.
Eindeloos....








