donderdag 26 april 2012

Kuur

Cola


Vandaag zat ik naast Jordy in het ziekenhuis.
Hij kreeg zijn laatste kuur.
En oh, wat werd hij ziek.
We hadden met hem te doen, Thea en ik.
Sowieso, je zal toch nog maar 19 jaar zijn?
Gelukkig zijn zijn prognoses goed!
Maar we krégen toch de slappe lach!
Jordy had cola staan.
Thea vertelde een programma te hebben gezien.
Een mooie vrouw op tv.
totdat ze haar bek open trok!
Zwarte afgebrokkelde tanden
door twee flessen cola op één dag
en bang voor de tandarts natuurlijk.
Oh, zei Jordy, mijn vader drinkt dat ook elke dag,
maar hij heeft al zijn tanden nog!
Hoe oud is je vader dan? vroegen wij.
En we dachten natuurlijk aan een 70-jarige,
of nog véél ouder!
48 Jaar was het antwoord.
We proestten het uit!
Thea en ik komen ook uit 1964.
Wij  hebben ook al onze tanden nog!
En we hoeven niet bang te zijn ze te verliezen.
Wij gaan dan wel niet met plezier naar de tandarts.
Maar cola drinken we niet.
Zeker geen twee flessen.





zaterdag 14 april 2012

Puzzel


What's in a name

Het begon te broeien toen ik de hand schudde van de radiotherapeut.
Dit bedénk je toch niet?;
Een gesprek over bestralen op de borst met dr. Borst.
Ik heb me nét in kunnen houden daar in zijn hok,
want het is aan mij wel besteed
om daar spontaan een opmerking over te maken.
Zou ik dan de eerste zijn geweest?
En deze dan?
Ik zou eerst de eer hebben het gesprek te voeren met dr. van Triest.
Nee zeg, da's toch triest.
Werken in het AVL, een kankerziekenhuis,
en er dan vrolijk onder proberen te blijven!
Lastig met zo'n naam.
Ik zou onmiddellijk mijn mans naam aannemen.
Maar ja, misschien heeft ze geen man.
Dr Vriens, mijn chirurg, wél.
Zij boft met de naam van haar eega.
De naam is haar op het lijf geschreven.
Lieve, mooie, vriendelijke dr Vriens.
Ze heeft een kaartje van mij gekregen.
En daar stond ook het adres van mijn blog op.
Misschien zou ze ooit een verhaal over haarzelf lezen
dat ik haar waarschuwde voorzichtig te zijn op wintersport.
Stel je voor dat ze iets zou breken,
vlak voor de beslissende operatie.
Nu glimlach ik bij de gedachte wanneer ze dit leest
en zie ik haar vriendelijk lachen
om de namen van haar collega's.
Want neem nou de internist,
hij zit links om de hoek
in een mooi, ruim ingerichte ruimte.
Dat heeft hij wel nodig,
er wordt daar een berg werk verzet.
En hij is groot,
en heeft tevens een uitstraling waar je even tegen aan kunt leunen.
Steun, want dat heb je nodig als je praat over de c's:
ca, cellen en chemo en het effect daarvan op je leven.
Hij klopte me op mijn hand
en verzekerde me dat ze er voor gaan zorgen
dat ik nog vele verjaardagen ga vieren na mijn treinreis.
Zijn naam is dr. van de Berg,
de rots waar ik het de komende maanden van moet hebben.
Knappe vent ook,
past goed in een doktersromannetje,
hij had alleen een trouwring om.
En laat ík nou getrouwd zijn met Marco van Bergen!
Da's een "gelukkie" met zo'n achternaam.
Mijn grootste steun en toeverlaat.
Mijn kracht, mijn grote liefde.
Rots(en!!!) in de branding.
Hij overtreft natuurlijk dr. van de Berg in álles!
Maar het mooiste komt nog.
(geen tromgeroffel hoor)
Ik belde 's avonds het ziekenhuis
omdat ik zo'n enorm rode kop kreeg van de medicijnen.
(Zorgt er wel voor dat iedereen roept dat ik er goed uitzie!)
Volgens mij heette ze Petra ;-) op afdeling A0.
Ik moest wat gegevens doorgeven
en ze concludeerde niet,
'U heeft borstkanker',
maar, veel mooier,
een term die ik liever wens te gebruiken,
'U heeft mammaca'.
Dus lieve allen,
zegt het voort,
Gerda gaat genezen van mammaca!
met de hulp van mijn tot steen (steun)
geworden rotsen!
Hoera!

Waarom dit plaatje?
Hints in de tekst.


maandag 9 april 2012

Haarwerk

Wennen of verwerken?

Een paar weken geleden vroeg Jesse aan me:
'Jij bent toch die vrouw die geopereerd is?'
Hij zat al de hele tijd naar me te kijken.
Jesse is de zoon van Thea,
en is 'volledig' op de hoogte.

'Ja, dat ben ik', antwoordde ik,
ervan uitgaand dat ik de meest recent geopereerde in 't gezelschap was.
'Je bent helemaal niet kaal!',
concludeerde hij opgelucht.
(Waarom hij opgelucht was,
verklaart zich later in dit verhaal)
'Nee, dat komt nog', antwoordde ik.
En ik was blij dat niet alle pech op één dag samenkomt.
Dan heb je namelijk de tijd om aan het één en het ander te wennen.
Al is ‘verwerken’ een geschikter woord in deze context.
Maar het klinkt zo zwáár.
Ik hou het liever luchtig.
En toen klonk onverwacht:
'Ik hou niet van kale vrouwen!'
(Taraaahhh!!!!)
'Ik ook niet!', antwoordde ik stellig,
terwijl ik er misschien maar twee 'ken', van tv.
En eigenlijk staat het hen wel.
'Straks als ik kaal word, zet ik een pruik op'.
Het ontlokte Jesse slechts een klein lachje.
Maar in dat kleine lachje school een vrolijke gedachte.
Jesse denkt bij een pruik aan carnaval.
Aan een fel gekleurde clownspruik.
Zo'n paarse of gele,
waar niemand van opkijkt tijdens dat feest.
Later moest ik weer aan Jesse denken,
toen ik tegenover de verpleegkundige zat.
Ze gaf tekst en uitleg.
De tekst was 'haarwerk'
en dat ontlokte mij zo'n reactie als Jesse.
Wel geen klein lachje,
maar een grijns.
Want ik associeer haarwerk met een toupetje,
geenszins met een pruik.
Ik denk direct aan mijn docent Nederlands op de PA.
Hij liet ons zien hoe het toupet op hem vast zat.
Wonderlijk die plakkertjes.
Ik hoop dat mijn 'pruikie' stevig blijft zitten.
Jesse wil het straks graag zien.
Een kale vrouw met haarwerk.
Het mag van mij.
Maar ik zit stiekem te denken,
om er eerst een feestje van te maken.
Met een heuse pruik op,
om het luchtig te houden.
Om daarna het haarwerk te showen.
In de hoop dat hij óók vindt,
dat het niet van echt te onderscheiden is.
Gewoon.
En anders kan ik hem vertellen,
dat het maar voor tijdelijk is
en een kwestie van wennen. 


















Gerda en Samuel, eindfeest Montini 2007