Ome Jan
Op een dag kwam Sam thuis met een dikke schooltas.
Behalve boeken, zat er een voorraad in.
Blikjes met energy drank,
waar alleen al door er naar te kijken,
het glazuur van je tanden springt,
over je cholesterol maar niet te spreken.
En wafels.
Niet die verse met poedersuiker
en een toef slagroom,
waarvan het water je in de mond stroomt
maar die vieze, goedkope,
in plastic verpakking,
met een houdbaarheid van drie jaar.
"Wat ga je daar mee doen?", vroeg ik bezorgd,
bang dat hij deze voorraad achter z'n boeken
naar binnen zou werken.
Hij verbaasde me:
"Verkopen!"
Op een blikje maakte hij tien cent winst.
Op een wafel vijfentwintig.
Met de opbrengst kon hij een pizzabroodje kopen
én een nieuwe voorraad inslaan.
Plaats?
School!
Mijn eerste, pedagogisch correcte vraag:
"Mag dat?"
Het antwoord wuifde hij weg
met de opmerking er voor te zorgen
dat de in de pauze toezicht houdende leraren
deze handel gewoon niet in de gaten mochten krijgen.
Op mijn volgende vraag moest ik me bezinnen.
Ik wendde me tot m'n liefde.
In zijn gedachte erover,
ontmoetten we elkaar.
De vraag lag in het antwoord:
Ome Jan uit Den Haag.
Miljonair geworden.
Niet door z'n slagerij.
Maar door onroerend goed.
Oma, de zus van ome Jan,
vond na bezoek,
tussen de kussens van de bank,
geld......
Een briefje,
van vijftig,
of honderd,
'een geeltje of een meier'.
Hij kon er mee strooien,
Bij wijze van spreken dan.
We zagen in Sam de handelsgeest van ome Jan.
En in zijn sprankelende ogen,
de drijfveer:
het plezier in handel
en er rijk mee worden.
Wat er maar op je pad komt.
Ome Jan kwam in de oorlog,
uit Duitsland,
met allerlei spullen,
waaronder wollen stof,
waar oma haar eerste, mooie mantelpakje uit maakte.
We hebben Sam dus gelaten.
Met hoop op de toekomst?
Haha!
Na een paar weken was
de lol van zijn handel er af.
Net zoals de appelflappen,
die onverkoopbaar waren,
bij die mensen uit de buurt,
"die ze zelf bakten"
en niet zwichtten
voor de snoet van Sam
(en zijn vriendin).
Maar toch....
de sproeten op het gezicht van Sam,
de rode gloed in z'n haar,
de ondeugende blik in z'n ogen,
net als ome Jan,
en de steeds weer opkomende drive om te (onder) handelen,
belooft misschien toch wat voor later......
In die appel, die niet ver van de stam valt.
