Ik wilde graag snel weer beginnen met werken.
School voelde als de beste therapie.
Om te vergeten.
Om niet te hoeven denken aan 'het'.
En ik genoot wanneer ik er was.
Ik leefde op.
Maar het viel om den drommel niet mee.
Niet omdat ik geen energie zou hebben,
maar niemand zag het zo snel voor me zitten.
Ik heb zelfs toe moeten zien
en het jeuken moeten onderdrukken.
Ik had het er met m'n oudste zus over.
Zij voelde het als 'erbij willen horen'.
En zo is het.
Als je patiënt bent,
hoor je er niet bij.
Vanzelfsprekend een uitzondering.
Jij wordt namelijk vervangen.
Alles moet doorgaan.
En ik moest aan mezelf denken.
Immers, gezondheid en herstel zijn belangrijker,
zo stelde iedereen die het beste met me voor had
en niet begreep dat werk juist goed voor m'n gezondheid was.
'Het' zit na alle behandelingen in je hoofd
en heeft de neiging tot woekeren.
Mits je het vult met de energie
die je haalt uit plezier in je werk.
(En natuurlijk
in de eerste plaats,
uit de liefde van je gezin, familie en vrienden)
Alweer een half jaar volledig aan de slag
en nog steeds uiten mensen zich verbaasd.
Wat zie je er goed uit!?
Ben je alweer aan de slag?
Echt!?
En ze vragen of ik schóón ben.
Natuurlijk!
Ik lig uren met een boek in bad
En elke morgen douche ik.
Haha.
Stop daar toch mee!
Ik hoor er al zó lang weer bij!
Geef 'het' de kans niet in mijn hoofd te roeren.
Ook al hangt mijn haar nog niet op m'n schouders,
Ik ben weer 'de oude' (dank Wilma)
Ik LEEF!
